Ze zouden de baan hier en daar wat omleggen vanwege de grote modderpoelen onderaan de dijken. Vlissingen was toen nog een van de mooiste banen (vind ik dan) in de wijde omstreek. Halverwege de natte dijk ineens de hoek om maar niet helemaal naar beneden te hoeven rijden.
Op zich een strak plan, temeer omdat ik al niet zo’n “modderrijder”was. De laatste wedstrijd om het Zeeuws kampioenschap en ik maakte zowaar nog kans op een bekertje. Alles verliep goed tot ik me vergiste in de dijkafslag. Te hard kwam ik de dijk over en moest vol in de ankers om de “vervroegde afslag”nog te kunnen halen. Voorrem moest er echt goed bij, welke ik vervolgens van schrik iets te hard inkneep. Voorwiel schoof onderuit en mijn gashandle kwam op de knie van mijn uitgestoken rechterbeen. Remhandle er precies onder en op die manier draaiden we beiden de dijk af.
Ik hoorde iets knappen wat achteraf mijn kniebanden bleken te zijn geweest. Na een tijdje in de caravan te hebben gezeten zonder me te bewegen wilde ik proberen de tweede training voorzichtig mee te doen. Toen ik op stond klapte mijn been opzij. Wit weggetrokken ben ik weer gaan zitten en heb volgens mij zitten huilen. Dit was niet goed, helemaal niet zelfs. In het naburige ziekenhuis kreeg ik een spalk waarmee ik naar huis moest.
“Ga over een week of twee maar naar het ziekenhuis bij jullie in de buurt” zei de arts geruststellend. In mijn “eigen”ziekenhuis werd me vervolgens verweten dat ik niet eerder was gekomen.
“Binnen 24 uur kunnen we de banden nog repareren, maar nu is al het weefsel verschrompeld en weggetrokken in de gewrichten”, waren de mooie woorden van de arts aldaar. Ik kon wel janken, zo erg vond ik het.
Ik besefte dat het gedaan was met de cross, dat wat op dat moment mijn hele leven beheerste. Ook wijlen Dr. Derweduwen heeft het niet kunnen herstellen en heeft de binnenband nog kunnen herstellen door er een kunststof exemplaar in de monteren. Anderhalf seizoen heb ik daarna nog gereden maar had te veel last. M’n knie zat het meest van de tijd vol met vocht en ben op een gegeven moment van ellende maar gestopt.
We vielen allemaal in een zwart gat op dat moment en wisten niet goed wat we met de weekenden aan moesten. Jarenlang was het cross, cross en nog eens cross. Ik heb het in het hele begin niet echt gemist, maar dat was alleen omdat ik de pijn niet meer had. In de jaren daarna is het altijd een groot gemis geweest, frustrerend bijna.
Ik wilde helemaal nog niet stoppen en het hoefde ook niet. Als het aan mijn vader had gelegen reden we nu nog ieder weekend de crossen af. Vanmiddag was ik m’n zoontje, op een naburig gelegen veldje, aan het leren schakelen en wegrijden vanuit stilstand. Terwijl ik naar hem stond te kijken moest ik aan mijn eigen “crosscarriere” denken en waarom ik ooit gestopt ben.
Alles lukte ineens en met een blij bekkie kijkt hij me aan. “Ik ben zo trots op mezelf pap!”. “Dat mag je ook zijn jongen, je doet het goed, heel goed zelfs”, en ik denk, “als je er net zoveel jaren zoveel plezier in mag hebben als ik heb gehad, is het wel een kapotte knie waard”

Eigenlijk ben ik niet zo van het “idolen hebben”. Ik had geen posters van mijn favoriete bandje of filmster aan de muur. Mijn muren hingen vol met crossposters, maar dan ook echt helemaal vol. Het was toen de tijd van Peter Herlings, Kees van der Ven en natuurlijk de Amerikanen zoals Bob Hannah en Broc Clover waren grote voorbeelden die me deden wegdromen in mijn eigen crosswereldje. Eenmaal zelf aan het crossen ga je natuurlijk kijken hoe ver je kunt komen en ben je minder bezig met de prestaties van de “groten der crossaarde”. Jarenlang reed ik Mon (Gelimbra) en had het goed naar mijn zin. Vrienden van mij hielden zich meer bezig bij onze zuiderburen en kwamen daar uit voor de BLB. Een gezellige toestand met erg veel toeschouwers in die tijd. M’n vrienden die daar de boel onveilig maakten zoals Peter Hoendervangers, Marco Hopmans en Peter Nefs hadden daar zelfs een eigen supportersclubje. Ik geloof dat ik daar 1 seizoen heb gereden en daarna nog wat losse wedstrijden als er in Nederland niks bijzonders te doen was. Een keer in mijn leven heb ik toch een crossidool gehad en dat was bij de BLB. In die tijd reed de uit Belgisch Limburg afkomstige Pierre Schroyen bij de inters. Pierre was de man voor mij. Hij heeft dat tot nu nooit geweten. Het gekke is ook dat ik hem nooit opzocht in het rennerskwartier, geen contact op welke manier dan ook. Ik wist eigenlijk niet eens hoe hij er uit zag. Dat was ook helemaal niet belangrijk voor me, ik wilde hem zien rijden. Zijn prachtige stijl en zijn vechtlust. Een grote sterke kerel was het toen en zat altijd een beetje met gebogen hoofd op de motor. Pierre reed hard, heel hard. Ik zag laatst een foto van hem op internet met een kampioenstrui aan dus hij zal waarschijnlijk wel een aantal keren kampioen zijn geweest in zijn “glorietijd”, geen idee, maar dat boeit me eigenlijk ook helemaal niet. Ik weet niet wat de voorwaarden officieel zijn om een idool te mogen hebben. Misschien moet je dat dan wel allemaal weten, maar voor mijn gevoel was Pierre dat wel voor mij in de tijd dat ik in Belgie vertoefde. Enige tijd heb ik zelfs geprobeerd zijn stijl na te bootsen, zo gek was het met me. Uiteraard gaat dat niet. Je zit zoals je zit en dat is ook goed, maar dat wilde ik niet. Ik wilde “net als Pierre”. Pierre kent me niet en zal me niet eens herkennen als ik tegen hem aan loop maar een tijdje geleden heb ik nog eens gedag gezegd tegen hem. Ik reed een wedstrijd bij de VBM veteranen in Belgie en wie reed er de fuik in?, juist, Pierre! Ik heb dus gewoon een keer samen met hem gereden, en dat idee alleen al vond ik geweldig. Sinds een tijdje heb ik Pierre op facebook en daar zag ik dat hij nog steeds erg actief is in de cross en fiets sport. Nog steeds is hij een voorbeeld voor met name de jeugd. Hij is een van de vele mensen die zich inzetten voor het welzijn van onze jongelingen. Vanuit het juiste hart meegeven van normen, waarden en doorzettingsvermogen. Hij is een bron van inspiratie en conditie. Als je een beetje blessurevrij mag blijven kun je het lang volhouden, in welke sport dan ook, en daar is Pierre het levende voorbeeld van. Er zijn nog steeds sporters die hem niet kunnen volgen, toen niet en nog steeds niet.
Pierre, bedankt voor de vele mooie momenten en blijf dat voorbeeld, van toen en nu, voor velen…

BetaRilland

Twee weken lang, iedere dag eventjes in de garage kijken. Er op zitten en aan vriendjes laten zien. “Pap, wanneer gaan we dan?”.

Ik weet het nog zo goed, mijn eerste keer. Ik barstte van de zenuwen. Onderweg naar de crossbaan probeerde ik achterin de bus, op een kratje, m’n “vetleren” laarzen aan te krijgen. Ik weet niet meer welk merk het was maar het was erg dik leer en moest met een tang de sluiting aantrekken. Het zweet stond al op mijn voorhoofd toen we op de crossbaan aankwamen. Een motordealer uit Klundert (Hans Heystek)vond indertijd dat ik een 250 Beta wel aan kon. “’T is een flinke vent” hoorde ik hem tegen mijn vader zeggen. Op zich was het een compliment, maar achteraf denk ik dat hij het dingetje gewoon kwijt moest. De rit was een drama, maar dat is vaak bij de eerste keren van allerlei dingen. Mijn eerste bocht eindigde op een veld naast de baan gelegen. Over een sloot heen “gesprongen” stond ik verdwaasd te kijken hoe ik weer op het circuit terecht zou kunnen komen. Mijn eerste echte sprong was een “no legger” van de eerste orde. Daar zou ik nu veel punten voor krijgen op de “X games”. Ik weet nog goed hoe ik me erna voelde. “Ik had gesprongen, ik was een man”. De avond voor mijn eerste wedstrijd in Rozenburg keek ik naar de tv en bedacht waar ik mijn beker zou zetten die ik misschien de volgende dag wel zou winnen. Die tv is lang leeg gebleven. Met m’n eerste beker heb ik sex gehad, zo blij was ik er mee. Het duurde vrij lang eer ik het een beetje te pakken had, maar ineens lukt het gewoon allemaal. Na twee van die Italiaanse kanonnen ben ik teruggestapt naar een 125 KTM afkomstig van Gerry Franken, die ik wat beter de baas kon. De jaren daarna waren geweldig en hebben me veel geleerd. Het leerde me vooral door te zetten, m’n horizon te verleggen en nooit, maar dan ook nooit op te geven. Niet in de cross maar ook niet in het leven. Vallen en opstaan, weer vallen en maar weer opstaan. Ik wil er niet stoer over doen maar ik heb wel het idee dat het te vergelijken is met een behoorlijke militaire opleiding. Voor mijn gevoel gaf het me een meerwaarde en ben erg blij dat ik de kans heb gehad dit te mogen doen.

Hij heeft inmiddels voor de eerste keer gereden, m’n zoontje More. Ook op zomaar een veldje en ook hij was nerveus. Hij vond het geweldig en ik waarschijnlijk nog meer. Hij reed zijn rondjes, netjes met de voetje op de steunen. Reed uit stilstand weg zonder problemen en kwam zo ook weer bij de bus aan. Nog niet gesprongen, ook niet over een sloot. Na een paar rondjes stopt hij weer en zet z’n motortje netjes in z’n vrij. Doet zijn brilletje af en kijkt me aan. “Gaaf hoor pap, echt gaaf” zegt hij met glinsterende ogen. “Heb je het niet koud pap?’ Ik verzeker hem dat ik lichamelijk geen problemen heb. Wat ik niet zeg is dat ik al een paar keer emotioneel volschoot bij het zien van zijn rijkunsten. Hij wil het zo graag en ik gun het hem zo. Hij heeft iets nodig als dit, het gaat hem vormen, dat weet ik nu al. Hij trapt zijn KTM etje weer aan en zegt, “ik ga nog even pap. “Ga maar lekker in de bus zitten hoor, je ogen zijn nat van de kou”

Een van de jongens waar ik echt benieuwd naar was is gestopt met motorcrossen!? Ik weet er het fijne niet van maar zag alles te koop staan en schrok toch wel even. Ik heb hem een paar keer zien rijden en was blij verrast. Een jonge gast zonder kapsones die lekker z’n ding deed. Mooie stijl die hem in combinatie met het juiste karakter nog een heel eind had kunnen brengen. Al behoorlijke sporen verdiend in de “supermotardwereld” en de overstap gemaakt naar de “noppen”. Een goeie keus dacht ik toen en volgens mij een veelbelovende. Aan de reacties van zijn vader Kees te zien is het Kyles eigen beslissing en is hij ogenschijnlijk het plezier kwijt. Een verlies in deze mooie sport van een talent! Kyle Matthijssen heeft de stijl, de “skills”, het materiaal en de steun om een heel eind te komen. Ik zeg “heeft” omdat ik hoop dat hij tot inkeer komt! Als ik me voor iemands gevoel ergens mee “bemoei” dan spijt me dat, maar wilde m’n gevoel wel even kwijt. En als zijn beslissing om de juiste reden genomen is heb ik er respect voor, uiteraard. Ieder zijn geluk!
Jammer, en vooral heel zonde…

“when I snap my fingers, you’ll wake up”

Copyright © 2025 – MXInfected – Verhalen en columns over de motorcrosssport door Olav Heijt.